Er is niets dat je kunt doen

Opdat God meer of minder van je gaat houden

Introductie op de projecten van de egodocumenten

Onze gang door het leven zal zijn

als dat van het gelukzalige hart

dat aan het einde smachtend voortijlt

in de handen van zijn Heiland Jezus Christus”

(Nicolaus Ludwig Graaf von Zinzendorf in 1748)

De eerste keer dat ik me bewust werd van de waarde van de levensloop naar hernhutter traditie was in 1992 toen ik het levensbeeld van Franz Hölterhof las. Dat levensbeeld bevatte de levensloop met toelichting door T. Gil*). Ik zag een verband met de toen bekende televisie serie: “Het kleine huis op de prairie”, en vroeg mij af waarom scriptschrijvers voor televisieseries dergelijke prachtige verhalen nog niet als inspiratiebron ontdekt hadden.

In de begrafenissen die ik als lid van de oudstenraad van de hernhutter broedergemeente in Noord-Holland mocht bijwonen werden slechts levenslopen gelezen volgens deze traditie bij de begrafenis van Europese gemeenteleden en niet van de Surinaamse leden *). Bij de enkele Europese begrafenis die ik in Zeist mocht mee maken werd ook een levensloop gelezen, waarbij ik soms dacht “dus dat is de reden waarom die broeder of zuster zo reageerde”. Ik kreeg een diepe bewondering voor de wijze waarop de overledene terugblikte op het leven. Zo’n levensloop wil ik ook eens schrijven dacht ik, waarbij de vraag rees: Hoe doe je dat en wat is belangrijk om in zo’n levensloop te schrijven?

Ik begon met het verzamelen en lezen van levenslopen die ik op Internet vond. Die levenslopen komen uit de grote hernhutter archieven in Hernhut, Bethlehem en Winston-Salem.

De verwondering bij het lezen van het levensbeeld van Franz Hölterhof was niet eenmalig, andere levenslopen veroorzaakten een zelfde verwondering (o.a. Nicolas Garrison (1701-1781), Johann Georg Herzberg (1792-1864) ).

Dat de rijkdom die in de hernhutter archieven ligt enorm is blijkt uit de biografieën over John Cennick *) en Rebecca Protten. *)Beide gedetailleerde biografieën zijn vrijwel volledig gebaseerd op gegevens uit de hernhutter archieven. Zelf hebben deze personen om verschillende redenen geen levensloop nagelaten. John Cennick omdat hij op jonge leeftijd plotseling overleed en Rebecca Protten, omdat zij na haar terugkeer in Afrika in stilte leefde, en de latere contacten met de Broederuniteit *) minder intensief werden.

Een klein gedeelte van de totale rijkdom aan levenslopen is op Internet beschikbaar en toch toont dit al een grote verscheidenheid in de wijze waarop de Hernhutters het verslag over hun leven vorm hebben gegeven. Dat komt omdat in de hernhutter traditie de persoonlijke relatie tot de Heer*)  sedert het begin van de 18e eeuw centraal staat. In de christelijke tradities die vanuit het verleden meer gericht waren op de juiste leer wordt het belang van de persoonlijke relatie tot de Heer nu ook steeds nadrukkelijker onderschreven. Met dit boek wil ik inzicht geven in de achtergronden van die traditie zodat de kennis van de achtergronden beschikbaar komt en voorkomen wordt dat het schrijven van de levensloop naar hernhutter traditie uitmondt in het kopieren van voorbeelden.

De uiteindelijke aanleiding voor de start van dit project was een seminar dat ik in 2009*) Hernhut kon bijwonen. Daar stond de traditie van de levensloop centraal. Vooral van buiten de Broederuniteit was de belangstelling groot. Toen werd mij duidelijk dat deze schat uit de hernhutter traditie niet binnen de grenzen van de Broederuniteit mag blijven.

Een woord van dank ben ik verschuldigd aan Br Stefan Bernhard, predikant en opleidings coordinator van de Evangelische Broedergemeente in Nederland voor zijn advies om de oorspronkelijke opzet van mijn boek op te splitsen in twee delen. Dat boek is er niet gekomen. Het resultaat is dit project dat ook uit twee delen bestaat. Eén project  gaat over de inbedding van de Hernhutter levensloop in het geheel van de egodocumenten. Het andere project gaat over het zelf schrijven van de levensloop.

De Zilk, mei 2020